De WW-uitkering bereken je in vijf stappen: sv-loon van een jaar (inclusief gereserveerd vakantiegeld) ÷ 261 = dagloon; dagloon × 21,75 = WW-maandloon; daarvan krijg je 75% in de eerste twee maanden en 70% daarna. Bij € 3.500 bruto per maand komt dat uit op € 2.835 en € 2.646 bruto.
Hieronder rekenen we één voorbeeld volledig door, met de cijfers van 2026: een werknemer met € 3.500 bruto per maand, 8% vakantiegeld, geen 13e maand, een heel jaar hetzelfde loon.
De WW-berekening in 5 stappen
- Referteperiode bepalen. UWV kijkt naar je sv-loon over een jaar. Die periode eindigt op de laatste dag van de op een na laatste maand vóór je werkloosheid. Word je werkloos op 1 december, dan eindigt de periode op 30 september.
- Sv-loon optellen. Al het loon waarover je premies werknemersverzekeringen betaalde, telt mee: salaris, overwerk, ploegentoeslag. Betaald vakantiegeld haalt UWV eraf en vervangt het door het gereserveerde vakantiegeld. Voorbeeld: 12 × € 3.500 + 8% = € 45.360.
- Delen door 261. 261 is het gemiddelde aantal werkdagen (dagloondagen) in een jaar. € 45.360 ÷ 261 = € 173,79 dagloon. Ligt dat boven € 309,91, dan geldt het maximum.
- WW-maandloon. Dagloon × 21,75 = € 3.779,93. Dat is gelijk aan je maandsalaris plus 8%.
- Percentage toepassen. 75% in de eerste twee maanden = € 2.834,95 bruto; vanaf maand 3 70% = € 2.645,95 bruto.
Indicatie, geen beslissing. UWV rekent met je werkelijke sv-loon van de 12 maanden vóór je werkloosheid (inclusief overwerk, toeslagen en gereserveerd vakantiegeld). Wisselde je loon, had je onbetaalde dagen of een 13e maand, dan wijkt je dagloon af. Het bedrag in je WW-beslissing is leidend.
Van bruto WW naar netto
UWV houdt loonheffing in volgens de tabel voor uitkeringen. Je krijgt de algemene heffingskorting (maximaal € 3.115 per jaar in 2026) als je UWV vraagt de loonheffingskorting toe te passen, maar geen arbeidskorting. In het voorbeeld is de netto WW daardoor € 2.058 en € 1.949 per maand, terwijl het netto salaris € 2.906 was.
| Bruto | Loonheffing | Netto | |
|---|---|---|---|
| Salaris € 3.500 | € 3.500 | −€ 594 | € 2.906 |
| WW 75% | € 2.835 | −€ 777 | € 2.058 |
| WW 70% | € 2.646 | −€ 697 | € 1.949 |
Veelgemaakte fouten bij het zelf berekenen
- 75% van je netto salaris nemen. De WW is een percentage van het brutoloon (plus vakantiegeld). 75% van € 2.906 netto = € 2.180 – dat onderschat je bruto WW en zegt niets over je netto WW.
- Vakantiegeld vergeten. Gereserveerd vakantiegeld zit in het dagloon. Daarom is het WW-maandloon 8% hoger dan je maandsalaris.
- Met 30 dagen per maand rekenen. UWV rekent met 21,75 uitkeringsdagen per maand, niet met kalenderdagen.
- De 70%-fase overslaan. Na twee maanden daalt je WW met 5 procentpunt van het WW-maandloon.
- Arbeidskorting meerekenen. Die krijg je alleen over loon uit werk, niet over een uitkering.
Rekenvoorbeelden voor andere salarissen
Je WW in het eerste jaar: maand voor maand
De grafiek laat zien hoe je netto inkomen verloopt: eerst je laatste salaris, dan twee maanden op 75% en vanaf maand drie op 70%. Reken in je budget vooral met het 70%-bedrag; dat is wat je het grootste deel van de WW-periode ontvangt.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik mijn WW-uitkering?
Sv-loon van een jaar inclusief gereserveerd vakantiegeld ÷ 261 = dagloon. Dagloon × 21,75 = WW-maandloon. Daarvan krijg je 75% in de eerste twee maanden en daarna 70%. Bij € 3.500 bruto is dat € 2.835 en € 2.646 bruto.
Wat is het dagloon voor de WW?
Het gemiddelde loon per werkdag in je referteperiode: het sv-loon van een jaar gedeeld door 261. Voor de WW telt gereserveerd vakantiegeld en een gereserveerde 13e maand mee.
Waarom rekent UWV met 21,75 dagen?
261 werkdagen per jaar gedeeld door 12 maanden is 21,75. Dat is het gemiddelde aantal uitkeringsdagen per maand.
Is de WW 75% van mijn netto loon?
Nee. De WW is 75% (later 70%) van het WW-maandloon, een brutobedrag. Over de WW betaal je loonheffing zonder arbeidskorting.
Telt een 13e maand mee voor de WW?
Ja, als je werkgever die reserveerde (arbeidsvoorwaardenbedrag of eindejaarsuitkering), telt die mee in het dagloon.
Gerelateerde artikelen
Bronnen en uitgangspunten
- UWV, „Hoogte WW” en „Hoe berekent UWV de hoogte van mijn WW-uitkering” (gewijzigd 23-6-2026): dagloon × 21,75 = WW-maandloon; 75% in maand 1–2, daarna 70%; maximumdagloon € 309,91.
- UWV, „Dagloon berekenen” (8-1-2026): sv-loon van 1 jaar ÷ 261; voor de WW telt gereserveerd vakantiegeld en AVWB (13e maand, IKB) mee. Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, art. 5 (loon × 108/100).
- AWVN, Rekenregels januari 2026 (maximumdagloon € 304,25) en juli 2026 (€ 309,91; bruto referentieminimummaandloon € 2.337,00; minimumuurloon € 14,99).
- Rijksoverheid, „Hoe lang heb ik recht op een WW-uitkering?” (2-3-2026) en „Hoe kan ik de hoogte van mijn WW-uitkering berekenen?” (2-8-2026); UWV, „Wat telt als arbeidsverleden”, „Werken naast WW” (18-9-2026), „Sollicitatieplicht” (5-10-2026), „Vakantiegeld en een WW-uitkering”.
- Belastingdienst, tarieven en heffingskortingen 2026 (box 1: 35,75% / 37,56% / 49,50%; algemene heffingskorting max. € 3.115). Over een uitkering geldt geen arbeidskorting.
- Plannen WW: coalitieakkoord 2026 (o.a. Dirkzwager 2-2-2026, CNV-analyse februari 2026); Miljoenennota 2027 (Accountancy Vanmorgen 16-9-2026; Rendement 15-9-2026); SRA 30-9-2026.