Hoe lang je WW krijgt, hangt af van je arbeidsverleden: minimaal 3 maanden (wekeneis), daarna 1 maand per gewerkt jaar (jareneis), vanaf het elfde jaar een halve maand per jaar, met een maximum van 24 maanden. In 2026 verandert er niets aan deze regels.
De regels voor de WW-duur in 2026
- Wekeneis: je hebt in de 36 weken vóór je eerste werkloosheidsdag minstens 26 weken gewerkt. Dan krijg je 3 maanden WW.
- Jareneis: je had in minstens 4 van de 5 kalenderjaren vóór het jaar van werkloosheid minimaal 208 uur loon. Dan krijg je langer WW, op basis van je arbeidsverleden.
- Arbeidsverleden tellen: vanaf 2013 telt elk jaar met 208 uur sv-loon, van 1998 tot en met 2012 elk jaar met 52 dagen loon, en tot en met 1997 elk jaar vanaf je 18e (ook zonder werk). Het jaar waarin je werkloos wordt, telt niet mee.
- Opbouw: jaren tot 2016 leveren 1 maand op. Sinds 2016 krijg je voor de eerste 10 jaar arbeidsverleden 1 maand per jaar en daarna een halve maand per jaar.
- Maximum: 24 maanden. Een cao kan via een private aanvulling (PAWW) de duur verlengen tot 38 maanden.
Rekenvoorbeelden
We gaan uit van iemand die in 2026 werkloos wordt; de jaren 2016 tot en met 2025 zijn dan 10 arbeidsjaren „na 2016”. De bedragen gelden voor een oud loon van € 3.500 bruto.
| Arbeidsverleden | WW-duur | Totaal bruto (€ 3.500) |
|---|---|---|
| Alleen wekeneis | 3 maanden | € 8.316 |
| 4 jaar, alles na 2016 | 4 maanden | € 10.962 |
| 8 jaar, alles na 2016 | 8 maanden | € 21.546 |
| 10 jaar, alles na 2016 | 10 maanden | € 26.838 |
| 14 jaar: 4 vóór, 10 na 2016 | 12 maanden | € 32.129 |
| 20 jaar: 10 vóór, 10 na 2016 | 15 maanden | € 40.067 |
| 25 jaar: 15 vóór, 10 na 2016 | 20 maanden | € 53.297 |
| 30 jaar: 20 vóór, 10 na 2016 | 24 maanden | € 63.881 |
Opvallend: iemand met 15 jaar vóór 2016 en 10 jaar daarna komt op 20 maanden, niet 24. Omdat het arbeidsverleden al boven de 10 jaar lag, leveren de jaren vanaf 2016 maar een halve maand op.
Gaat de WW-duur omlaag?
Het coalitieakkoord van 2026 bevat het plan om de maximale WW-duur te halveren naar 12 maanden, met een hogere uitkering (80%) in de eerste twee maanden. Bij Prinsjesdag 2026 is die maatregel uitgesteld tot op zijn vroegst 1 januari 2029, en het kabinet zoekt eerst een sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden. Wie in 2026, 2027 of 2028 werkloos wordt, valt onder de huidige regels. Lees meer in WW-plannen: verkorting naar 12 maanden?
Je eigen duur berekenen
Tel de kalenderjaren vóór het jaar van je werkloosheid waarin je minstens 208 uur loon had (vanaf 2013), de jaren 1998–2012 met minstens 52 dagen loon, en alle jaren tot en met 1997 vanaf je 18e. Splits ze in jaren vóór 2016 en jaren vanaf 2016. Jaren vóór 2016 leveren elk een maand op; jaren vanaf 2016 een maand zolang je totaal onder de 10 jaar blijft, daarna een halve maand. De uitkomst is je WW-duur, met een minimum van 3 en een maximum van 24 maanden. In de rekenhulp op de overzichtspagina vul je deze twee getallen direct in. Precies je arbeidsverleden zie je in de WW-beslissing van UWV.
Veelgestelde vragen
Hoe lang krijg ik WW in 2026?
Minimaal 3 maanden als je aan de wekeneis voldoet. Met de jareneis 1 maand per jaar arbeidsverleden, vanaf het 11e jaar een halve maand, tot maximaal 24 maanden.
Wat is de maximale duur van de WW?
24 maanden. Via een cao kan een private aanvulling de duur verlengen tot 38 maanden.
Telt het jaar waarin ik werkloos word mee?
Nee. Alleen eerdere kalenderjaren tellen mee voor je arbeidsverleden.
Wordt de WW verkort naar 12 maanden?
Dat is een plan uit het coalitieakkoord, maar het is uitgesteld tot op zijn vroegst 1 januari 2029. In 2026 geldt nog maximaal 24 maanden.
Tellen jaren vóór 1998 mee?
Ja. Tot en met 1997 telt elk jaar vanaf het jaar waarin je 18 werd mee, ook als je toen niet werkte.
Gerelateerde artikelen
Bronnen en uitgangspunten
- UWV, „Hoogte WW” en „Hoe berekent UWV de hoogte van mijn WW-uitkering” (gewijzigd 23-6-2026): dagloon × 21,75 = WW-maandloon; 75% in maand 1–2, daarna 70%; maximumdagloon € 309,91.
- UWV, „Dagloon berekenen” (8-1-2026): sv-loon van 1 jaar ÷ 261; voor de WW telt gereserveerd vakantiegeld en AVWB (13e maand, IKB) mee. Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, art. 5 (loon × 108/100).
- AWVN, Rekenregels januari 2026 (maximumdagloon € 304,25) en juli 2026 (€ 309,91; bruto referentieminimummaandloon € 2.337,00; minimumuurloon € 14,99).
- Rijksoverheid, „Hoe lang heb ik recht op een WW-uitkering?” (2-3-2026) en „Hoe kan ik de hoogte van mijn WW-uitkering berekenen?” (2-8-2026); UWV, „Wat telt als arbeidsverleden”, „Werken naast WW” (18-9-2026), „Sollicitatieplicht” (5-10-2026), „Vakantiegeld en een WW-uitkering”.
- Belastingdienst, tarieven en heffingskortingen 2026 (box 1: 35,75% / 37,56% / 49,50%; algemene heffingskorting max. € 3.115). Over een uitkering geldt geen arbeidskorting.
- Plannen WW: coalitieakkoord 2026 (o.a. Dirkzwager 2-2-2026, CNV-analyse februari 2026); Miljoenennota 2027 (Accountancy Vanmorgen 16-9-2026; Rendement 15-9-2026); SRA 30-9-2026.